
1. Uitgangspunten voor een betere echtscheidingsprocedure
Conflicten kunnen vaak buiten het recht worden opgelost. Het recht is voor de
conflicten die buiten het recht beslecht kunnen worden een verlegenheidsoptie en
het inschakelen van de rechter zal in die gevallen zo veel mogelijk voorkomen
moeten worden. Wet- en regelgeving zullen moeten stimuleren dat conflicten
buiten het recht worden beslecht. Dit kan zowel door het stellen van eisen aan
procedures als door het formuleren van heldere normen. Met name door het
stellen van heldere normen wordt aan partijen houvast en structuur geboden en
wordt bevorderd dat zij zonder inschakeling van de rechter, een oplossing voor
hun conflicten vinden. In dit verband wijs ik op de voorstellen tot vereenvoudiging
van het stelsel van kinderalimentatie en de in paragraaf 4 voorgestelde norm voor
een omgangsregeling.
Voor conflicten rond scheiding en omgang geldt in het bijzonder dat ouders
hun meningsverschillen over bij voorbeeld de invulling van het ouderlijk gezag
tijdens en na de echtscheiding veel beter zelf kunnen oplossen dan dat de rechter
op verzoek een regeling vaststelt. De voorstellen die ik hieronder zal doen, beogen
te bevorderen dat de partijen zich voor de aanvang van de
echtscheidingsprocedure rekenschap geven van de noodzaak om afspraken te
maken over alle aspecten van de echtscheiding en in het bijzonder over de
kinderen. Doordat partijen goede afspraken maken over alle onderwerpen die in
het kader van de echtscheiding van belang zijn, zal het percentage procedures op
gemeenschappelijk verzoek of op eenzijdig verzoek op basis van
overeenstemming naar verwachting toenemen. Deze verzoeken tot echtscheiding
kunnen op eenvoudige wijze worden afgedaan waardoor procedures worden
verkort. Tevens beoog ik te bereiken dat de gemaakte afspraken in het kader van
de echtscheiding een duurzaam karakter hebben en door beide partijen worden
nagekomen.
2. Het bevorderen van het maken van afspraken
Om te stimuleren dat mensen die gaan scheiden vooraf goede afspraken maken, stel ik mij voor dat het inleidend verzoekschrift tot echtscheiding aan een aantal eisen moet voldoen. Uit het verzoekschrift zou moeten blijken over welke onderdelen van het verzoek overeenstemming is bereikt en waarover nog verschil van mening bestaat. Partijen kunnen dit in het verzoekschrift opnemen maar ook in een apart document dat als bijlage is gevoegd bij het verzoekschrift. Ook het echtscheidingsconvenant komt hiervoor in aanmerking. Het stellen van eisen aan het inleidend verzoekschrift sluit ook aan bij de zogenaamde substantiëringsplicht in het nieuwe civiele procesrecht.
Alle onderdelen waarover in het kader van de echtscheiding afspraken
plegen te worden gemaakt, komen in beginsel in aanmerking voor opname in het
document. Dit uitgangspunt is gebaseerd op de gedachte dat over elk van die
specifieke onderdelen in de toekomst wellicht een conflict zou kunnen ontstaan.
Indien het onderwerp echter niet van toepassing is, behoeft het onderwerp ook
niet in het document te worden opgenomen. Gedacht kan worden aan de
volgende onderwerpen:
- het gebruik van de echtelijke woning;
- de verdeling van de gemeenschap;
- de uitkering tot levensonderhoud van de echtgenoot of geregistreerde partner
die niet voldoende inkomsten tot levensonderhoud heeft, noch zich in
redelijkheid kan verwerven;
- de verevening of verrekening van de pensioenrechten;
- de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen;
- de wijze van uitoefening van het ouderlijk gezag:
a. waar het kind zijn gewone verblijfplaats heeft;
b. het vaststellen van een omgangsregeling met de ouder bij wie het kind niet
zijn gewone verblijfplaats heeft;
c. het verschaffen van informatie en het raadplegen van elkaar bij gewichtige
aangelegenheden met betrekking tot de kinderen.
Het aangeven van de onderwerpen is allereerst bedoeld om partijen te
stimuleren afspraken te maken over alle relevante onderwerpen. Daarnaast zou
de rechter op basis van de aangeleverde gegevens zich snel een oordeel moeten
kunnen vormen over het geschil zodat hij tot een gerichte aanpak kan komen. Zo
zou hij bijvoorbeeld moeten kunnen beoordelen of verwijzing naar een mediator
aangewezen is. Overigens zullen de gemaakte afspraken alleen in de
echtscheidingsbeschikking worden vastgelegd indien partijen een hiertoe
strekkend verzoek indienen.
3. Afspraken over de uitoefening van het ouderlijk gezag
Recent is een literatuuronderzoek verschenen naar omgang na scheiding2. Het onderzoek is uitgevoerd door de Capaciteitsgroep Kinder- en Jeugdstudies van de Universiteit Utrecht. Uit het onderzoek blijkt onder meer dat over het algemeen echtscheiding negatieve gevolgen heeft voor de kinderen, maar dat die gevolgen meestal niet rampzalig zijn. De gevolgen die de echtscheiding voor de ontwikkeling van een kind heeft, zijn afhankelijk van meerdere factoren. Als ouders in staat zijn hun conflicten te beheersen en tenminste over de kinderen met elkaar kunnen blijven communiceren, dan zijn de gevolgen meestal niet zo ernstig. Echtscheidingen die gepaard gaan met open en chronische ouderlijke conflicten zijn het meest nadelig voor kinderen. Voorts blijkt dat echtscheiding geen losstaande gebeurtenis is, maar een proces dat gemiddeld jaren duurt. Lang voordat één van de ouders niet meer bij de kinderen woont, hebben veel kinderen last van spanningen en conflicten tussen de ouders. Het onderzoek geeft voorts voordelen van bemiddeling weer ten opzichte van de juridische procedures. Door bemiddeling worden problemen gedejuridiseerd en dat is gewenst bij moeilijkheden rondom de echtscheiding. De gevolgen van de echtscheiding (en dan met name omgang) liggen immers meer op het emotionele dan het juridische vlak.
De resultaten van het onderzoek onderstrepen het belang van het uitgangspunt dat ouders zelf hun conflicten oplossen en niet door middel van het voeren van een juridische procedure. Het is aan de ouders om invulling aan het gezamenlijk gezag te geven en eventuele conflicten op te lossen. Om deze reden zullen ouders in het kader van de echtscheiding dus ook afspraken moeten maken ten aanzien van de invulling van het gezamenlijk gezag na echtscheiding. Uit de praktijk blijkt dat een groot aantal punten van belang zijn om te bespreken3: - de dagelijkse zorg voor de kinderen (waar verblijven de kinderen, eten en drinken, huisregels e.d.)
- school
- sport
- medische zorg
- vakantie
- bijzondere dagen (verjaardagen e.d.)
- financiën (beheer spaarrekeningen, bijdrage van de niet-verzorgende ouder)
- communicatie tussen de ouders (informeren en raadplegen
)
- halen en brengen van de kinderen
Het is niet de bedoeling dat al deze punten uitputtend in het document
worden vastgelegd. Wel zouden de meest essentiële punten waarover mogelijk
een conflict zou kunnen ontstaan een verplicht onderdeel van het document
moeten vormen. Ik denk hierbij aan het maken van afspraken over de drie
genoemde onderwerpen onder ‘de wijze van uitoefening van het ouderlijk gezag'
in paragraaf 2.
Ouders kunnen ten aanzien van deze punten afspraken maken, die zij in 3Zie hiervoor onder meer: C.A.R.M. van Leuven (1998). Het geza menlijk gezag van ouders na echtscheiding, een praktijkmodel, EchtscheidingsBulletin, 10, p.1-5. het belang van het kind vinden. Ook kunnen de punten op verschillende wijze worden ingevuld. Indien ouders bij voorbeeld kiezen voor het zogenaamd ‘coouderschap' waarbij de dagelijkse zorg voor de kinderen in een overeengekomen verdeling wordt gedeeld, betekent dat het kind zijn gewone verblijfplaats bij beide ouders heeft en het vaststellen van een omgangsregeling niet aan de orde is. Bij het opstellen van het document is het aan de ouders zelf om te bepalen of, en zo ja in welke mate, zij de kinderen betrekken bij het opstellen van het document. Wel is het van belang dat de echtscheiding ook met de kinderen wordt besproken en dat zij hun mening kenbaar kunnen maken. De mate waarin dit mogelijk is, is uiteraard afhankelijk van de leeftijd en het ontwikkelingsniveau van het kind. Hierbij zullen de ouders tevens in de gaten moeten houden dat de kinderen niet al te zeer belast worden met de echtscheidingsproblemen van hun ouders of zelfs ‘partij' bij de echtscheiding worden.
4. De plaats van mediation
Indien het partijen niet zelfstandig lukt om afspraken te maken over de
echtscheiding, kunnen zij ondersteund worden bij het maken van afspraken,
bijvoorbeeld door mediation. Mediation kan in verschillende fasen worden ingezet:
a) bij het opstellen van het document;
b) op verwijzing door de rechter;
c) bij het oplossen van geschillen tussen de ouders los van de juridische
procedure.
Mediation kan partijen helpen om op die onderdelen van de scheiding
waarover zij het niet zelfstandig eens kunnen worden, alsnog tot een gezamenlijke
oplossing te komen. Mediation kan in alle fasen van de echtscheiding worden
ingezet en zelfs jaren nadat de echtscheiding is ingeschreven en er een conflict
ontstaat over de gemaakte afspraken. Bij voorkeur schakelen partijen zelfstandig
een mediator in ten einde hun conflicten zonder tussenkomst van een rechter op
te lossen.
Ook de rechter kan op basis van de hem aangeleverde gegevens partijen
verwijzen naar een mediator. Met behulp van de aangeleverde gegevens zou de
rechter zich immers snel een oordeel over het geschil moeten kunnen vormen
opdat hij een effectieve aanpak kan kiezen. Mediation is in bepaalde gevallen een
effectieve aanpak.
Partijen kunnen nooit gedwongen worden tot overeenstemming te komen.
Om die reden ben ik dan ook geen voorstander van verplichte bemiddeling bij
omgangsconflicten zoals de motie Dittrich (Kamerstukken II 2002/03, 28 600 VI,
nr.63) beoogt. Het verplicht stellen van mediation betekent dat partijen altijd naar
een mediator moeten worden verwezen terwijl er op voorhand contra-indicaties
zijn voor de toepassing hiervan. Mediation leidt dan slechts tot tijdverlies en
onnodige kosten. Het instrument is gebaseerd op de vrijwillige deelname van
partijen en de bereidheid om tot een gezamenlijke oplossing te komen.
Dit betekent niet dat partijen niet gestimuleerd kunnen worden tot
deelname aan mediation. Door het stellen van eisen aan het inleidend
verzoekschrift zullen partijen wellicht eerder een mediator inschakelen. Ook kan
de rechter tijdens de procedure partijen verwijzen naar een mediator. De rechter
kan dit doen op basis van het verzoekschrift nog voordat de zitting plaats vindt.
Ook kan de rechter partijen verwijzen indien hij ter zitting constateert dat partijen
met behulp van een mediator wellicht alsnog tot afspraken kunnen komen of
indien hij de indruk krijgt dat de opstelling van partijen slechts tot onvruchtbaar
procederen zal leiden.
5. Processuele vormgeving
De invoering van het verplichte document beoogt met name te realiseren dat partijen zich bewust worden van de voordelen van een oplossing op basis van wederzijdse belangen boven een oplossing op basis van juridische posities. Niettemin wordt in deze paragraaf bezien welke consequentie de rechter kan verbinden aan het feit dat niet aan de vereisten is voldaan. Bij het niet voldoen aan de vereisten zijn er verschillende mogelijkheden denkbaar. De rechter kan: 1. de zaak terugverwijzen met het verzoek binnen een bepaalde termijn het verzoekschrift aan te vullen; 2. de partijen doorverwijzen naar een mediator indien hij dat kansrijk en noodzakelijk acht; 3. één der partijen veroordelen in kosten van de procedure indien hij van oordeel is dat het één partij verweten kan worden dat geen afspraken tot stand zijn gebracht. In paragraaf 3 heb ik aangegeven dat ik het maken van afspraken ten aanzien van de kinderen zo belangrijk vind, dat ik dit een verplicht onderdeel zou willen maken van het document. Indien ouders om welke reden dan ook geen omgangsregeling willen treffen en ook geen verzoek bij de rechter doen om een regeling vast te stellen, zou dit betekenen dat er geen afspraken zijn. Om dit te voorkomen overweeg ik om in het Burgerlijk Wetboek een norm voor een omgangsregeling vast te leggen. Gedacht kan worden aan een weekend per twee weken en de helft van alle vakanties 4. Nu is in het Burgerlijk Wetboek vastgelegd dat een ouder recht heeft op omgang, dat alleen in de uitdrukkelijk omschreven 4 Zie ook: motie Dittrich over de invoering van een standaard omgangsregeling (Kamerstukken II 2002/03, 28 600 VI, nr.115). gevallen door de rechter kan worden ontzegd. Ook zonder een wettelijke standaard is dus al een recht op omgang van kracht, dat echter niet genormeerd is. Door middel van het vastleggen van een heldere norm zouden ouders die (nog) geen omgangsregeling hebben afgesproken of een regeling is vastgelegd door de rechter, op deze norm kunnen terugvallen.
6. Het stellen van eisen aan een verzoekschrift in andere situaties dan een echtscheiding
Ook in een aantal andere procedures dan een echtscheiding is het van belang dat
partijen zich voor de aanvang van de procedure rekenschap geven van de
noodzaak om goede afspraken te maken. Hierbij kan gedacht worden aan:
- een ontbinding of beëindiging van een geregistreerd partnerschap;
- verzoeken tot wijziging van het gezag;
- verzoeken tot het vaststellen van een omgangsregeling;
- geschillen met betrekking tot de gezamenlijke gezagsuitoefening.
Een ontbinding of beëindiging van een geregistreerd partnerschap is
vergelijkbaar met een echtscheiding. Op grond hiervan ligt het voor de hand om
ook eisen te stellen aan het inleidend verzoekschrift of de
beëindigingsovereenkomst van een geregistreerd partnerschap als die aan het
verzoekschrift bij een echtscheiding worden gesteld. Hetzelfde geldt voor de drie
andere genoemde verzoeken. Deze verzoeken kunnen even ingrijpend zijn als
een verzoek tot echtscheiding en leiden tot diepgaande conflicten. Mogelijk kan
het opstellen van een document stimuleren dat de ouders hun eigen
verantwoordelijkheid nemen en wellicht zelfs juridische procedures voorkomen.
7. Adviesaanvraag
Graag nodig ik u uit te reageren op de uitgangspunten van de voorgestelde
echtscheidingsprocedure. Tevens vraag ik uw reactie over de nadere uitwerking
van het voorstel om aan het inleidend verzoekschrift bij echtscheiding eisen te
stellen, inclusief het verplicht maken van afspraken over de invulling van het
ouderlijk gezag. Tot slot vraag ik u te reageren op de overige punten die in deze
brief aan de orde zijn gesteld zoals de inzet van mediation en het stellen van eisen
aan verzoekschriften in andere situaties dan echtscheiding. Ik stel mij voor op
basis van de reacties een wetsvoorstel op te stellen, bij de opstelling waarvan u
uiteraard ook betrokken zal worden.
Uw reactie verneem ik graag op uiterlijk 15 januari 2004.
De Minister van Justitie,
![]()
home
colofon-
tips & citaat-
mail-
links
![]()
| Last Updated http://vaderseenzorg.nl/citaten.html : zie ook de andere pagina's |